Pincet

 
Zij verdwijnt als schoonheid in de nacht en verschijnt
in een nieuwe dag alsof haar hoofdkussen louter lucht was.

Haar gezicht is fijn gelijnd, net zo fijn het haar
tot een hoge toren getoupeerd en gefixeerd met lak.

Zijn haar omsluit z’n schedel als een strakke helm
alsof de nacht zijn binnenwereld heeft opgesloten.
Geen licht kan er doorheen.

Wanneer zij met een spiegel aan het ontbijt verschijnt
kijkt hij even op en fronst zijn voorhoofd.
Vanuit de verte vermoed ik een snorhaartje.

In het zwembad beweegt ze traag en behoedzaam.
De haarklem stevig tegen het achterhoofd, kin omhoog.
Een lichte nevel is haar al teveel.

.
©svara
19.06.16

.

.

.

 

 

 

 

Advertenties