Kamperen

 

ze zijn er weer in alle eenvoud
zittend op geel
zij nog even mooi
getoupeerd
hij iets meer kalend
soms tegenover soms naast elkaar
spiegelen zij hun gedachten
in een eigen taal

tegenover hen
wordt een auto gewassen
in het groen
en alles heel precies
-al twee dagen lang-
ingepakt uitgepakt gevouwen
op elkaar gelegd ingepakt
zodat het ook in hun hoofden past

 

svara
17.06.17

Pincet kamperen 2016

 

 

Advertenties

Spiegeling

.
Mijn opa werkte bij de dokter, zijn vader
at van zijn land en jij kookt op jouw manier.
Het is heel wat om te moederen en te werken.

Ieders binnenkant wordt beroerd naar de tijd.
Elke generatie kijkt met andere ogen.
Wie naar mij kijkt ziet gelijkenis.

Wie mij echt ziet, ziet zijn zelf te midden van zwart wit.
In het beeld dat de muur bij mijn moeder siert
zijn buikgevoelens ontkleurd, de omlijsting verjaard.

Vissticks eten heb je niet van mij. Jouw vader
hoeft ze niet meer. Zijn moeder bakte ze
elke vrijdag. Verse vis was haar te ingewikkeld.

.

©svara
20.10.16
.
.
.
.
.

 

Toekomst

.

Ze weet het niet, in zichzelf verlaten.
Zoekt in hoeken van gedachten
om een enkel woord te vinden.

De essentie die verloren ging
ooit nonchalant weggezet
alsof het een pakhuis betrof.

Haar ogen zuigen zich vast
in het patroon van een vloertegel
en nemen het toeval mee.

Een betekenisvol beeld
in de mengelmoes van brokstukken
waartussen het verleden wordt herkauwd.
.
©svara

.

.

.

.

Millimeterwerk

.

Het universum
mathematisch geordend
schering en inslag

nog ingekapseld
als bevroren beweging
spreekt in het zwijgen

totdat mijn ‘Luister’
niet meer verblindt, te voelen
hoe het in mij zingt.

Vingerwijzingen
hoe te gaan op elk kruispunt
naar het midden toe

in de lawines
de juiste snaar te raken
tussen zon en maan.

Me her-inneren
in het eind der dingen
zonder bla of bla.

.

©svara
17.11.2016

.

.

.

.

Buitenspel

.
Het is zo’n dag van onverwachte warmte.
Zo’n dag van fietsen, de knieën tegen elkaar
één hand vrij om de jurk omlaag te schuiven
op het ritme van lome omwentelingen.

Hij staart me tegemoet op een olifantenpaadje.
Zijn arm maakt een ruim gebaar als hij roept;
’Toe maar, de lucht erin, laat maar waaien’.
Het is smal en het ruikt naar september.

Ik schakel naar het verleden. Versnel. Spring
als een balsemien over de rand van mijn gedachten.
Het gonst. Bijen houden van warme bloemen.
Beide handen aan het stuur. Ik kijk om.

Aangekomen breekt de avondkoelte de dag
op het terras waar een enkeling zich al toedekt
met een deken die lucht en licht verstikt en
waar dood vlees wordt opgediend met oerbrood.

.

©svara
09.2016

.

.

.

.