Spiegeling

.
Mijn opa werkte bij de dokter, zijn vader
at van zijn land en jij kookt op jouw manier.
Het is heel wat om te moederen en te werken.

Ieders binnenkant wordt beroerd naar de tijd.
Elke generatie kijkt met andere ogen.
Wie naar mij kijkt ziet gelijkenis.

Wie mij echt ziet, ziet zijn zelf te midden van zwart wit.
In het beeld dat de muur bij mijn moeder siert
zijn buikgevoelens ontkleurd, de omlijsting verjaard.

Vissticks eten heb je niet van mij. Jouw vader
hoeft ze niet meer. Zijn moeder bakte ze
elke vrijdag. Verse vis was haar te ingewikkeld.

.

©svara
20.10.16
.
.
.
.
.

 

Toekomst

.

Ze weet het niet, in zichzelf verlaten.
Zoekt in hoeken van gedachten
om een enkel woord te vinden.

De essentie die verloren ging
ooit nonchalant weggezet
alsof het een pakhuis betrof.

Haar ogen zuigen zich vast
in het patroon van een vloertegel
en nemen het toeval mee.

Een betekenisvol beeld
in de mengelmoes van brokstukken
waartussen het verleden wordt herkauwd.
.
©svara

.

.

.

.

Millimeterwerk

.

Het universum
mathematisch geordend
schering en inslag

nog ingekapseld
als bevroren beweging
spreekt in het zwijgen

totdat mijn ‘Luister’
niet meer verblindt, te voelen
hoe het in mij zingt.

Vingerwijzingen
hoe te gaan op elk kruispunt
naar het midden toe

in de lawines
de juiste snaar te raken
tussen zon en maan.

Me her-inneren
in het eind der dingen
zonder bla of bla.

.

©svara
17.11.2016

.

.

.

.

Buitenspel

.
Het is zo’n dag van onverwachte warmte.
Zo’n dag van fietsen, de knieën tegen elkaar
één hand vrij om de jurk omlaag te schuiven
op het ritme van lome omwentelingen.

Hij staart me tegemoet op een olifantenpaadje.
Zijn arm maakt een ruim gebaar als hij roept;
’Toe maar, de lucht erin, laat maar waaien’.
Het is smal en het ruikt naar september.

Ik schakel naar het verleden. Versnel. Spring
als een balsemien over de rand van mijn gedachten.
Het gonst. Bijen houden van warme bloemen.
Beide handen aan het stuur. Ik kijk om.

Aangekomen breekt de avondkoelte de dag
op het terras waar een enkeling zich al toedekt
met een deken die lucht en licht verstikt en
waar dood vlees wordt opgediend met oerbrood.

.

©svara
09.2016

.

.

.

.

Balanceren

.

De sluwe twijfel
vindt zijn licht terug in de glans
van een zilveren herfstdraad
binnen de horizon van niet weten
en laat zich leiden naar een diepe stilte
voorbij de cirkelboog van tijdelijkheid
waar alle houvast, namen en vormen
niet meer zijn dan dat
en zelfs dat niet.

©svara
25.10.2016

.

.

.

.

Windvast

ss.

Zij verdwijnt als schoonheid in de nacht en verschijnt
in een nieuwe dag alsof haar hoofdkussen louter lucht was.
In het zwembad beweegt ze traag en behoedzaam.

Haar gezicht fijngelijnd, even zo fijn haar haar
tot een hoge toren getoupeerd en gefixeerd met lak, veel lak.
Een haarklem stevig tegen het achterhoofd, kin omhoog.

Iedereen weet ervan, een lichte nevel is haar al teveel.

Deze keer verschijnt ze met een spiegel
en pincet aan het ontbijt. Vanuit de verte
vermoed ik een donzig snorhaartje.

Even kijkt hij op en fronst zijn voorhoofd.
Zijn haar omsluit zijn schedel als een strakke helm
alsof de nacht zijn binnenwereld heeft opgesloten.
Geen licht kan er doorheen.

.
©svara
19.06.16