Laatste filmpje

 

Op eenzame paden
verzacht de geweven wol
onderliggende scheuren in jouw zadel.

Tegendraads en op maat vervilt
gevormd naar jouw eigen
wijze doorleefde werkelijkheid.

Als de maan mijn oogleden verlicht
schouw ik het verleden en weet dat
de wieken nog steeds draaien.

 

©svara
31.10.2018

 

 

 

 

Advertenties

Roze blues

 

Onbekommerd
speelt de wind door
het getoupeerde haar.
Met een zachtgele teil
losjes op haar rechterheup
wuift ze.

Aan een abrikozenboom
helpt ze kleerhangers
de schouders te volgen van
blauw wit groen geblokt
roze wit blauw geruit
met korte mouw.

De man knoopt de knoopjes
en -precies, zoals heel zijn Zijn-
modelleert hij de boorden.

Ontheemd wappert het katoen.
In het kant en de kleur van haar bloes
huist hun gemoed.

 

©svara
20.06.2018

 

 

 

 

Nietig

.
.

Weerloos
wentel ik in de tijd
die zich nauwkeurig
om me heen sluit
op maat van ik

ik
kleiner dan klein
zó klein
dat het universum
er niet voor buigt.

.

©svara
12.06.2018
.
.
.
.
.
.

Tanka

.

 

.

Zo onbaatzuchtig
zo standvastig de liefde.
Gouden regen bloeit.

De cyclus lijkt oneindig
wanneer afstemming verijld.
.
.

©svara
12.05.18

.
.
.
.

Tanka

.

Betrekkelijkheid
is als de dood zo nabij.
Rest een vrije val.

Groot de leegte barstensvol.
Water kolkt zich naar diepte.

.

@svara
29.04.2018
.
.
.
.
.

Vinderslicht

.

280px-paradiso_canto_31.jpg
.

 

 

 

 

 

 

 

Hoor de roep van ooit, gezang
boven het blauw, die fluistering van je ziel
de bakens die jou begeleiden om rotsen heen
doodlopende wegen mijden in die
oorverdovende stilte van donker naar licht
om als sterrenstof in alles te verschijnen.

Nog altijd recht door zee, zo boven beneden
binnen buiten links rechts over en weer, weer rond
weet het licht van voor en na, tis om het even én
met een glimlach kan weer gewist of meegenomen.
Geen verdwalen, geen google meer, slechts een
snelweg van licht en de beer die hier zal waken.
.

@svara
23.04.2018

.

.

.

Op de 24.496-ste dag

.

In de hoogte

‘Zo jongen, ben de daar? ‘k Heb lang gewacht.

Neen, excuseer je niet: ik had de tijd;
als achter me, ligt vóór me de eeuwigheid,
en ‘k wist, je kwam. ‘k Had ’t zelf zo uitgedacht.

Neen, mij is niets te klein: ik houd de wacht,
als ’t wazig glansje langs een herfstdraad glijdt,
en als de duizling op kometen rijdt
door ’t steilhellende stadion van de nacht.

Van Brahmans wereldrijkdom houd ik boek:
geen Algol, geen elektron is ooit zoek;
‘k zie steeds – Laplace – ze elk cirklen langs hun baan,

en als ‘k een Brahmanperiode sluit,
en Zijn nieuwjaar begin, komt alles uit
tot op een Melkweg en een kindertraan.’

.

J.A. Dér mouw
1863-1919

.

.

.